Beste sponsoren en vrienden,
Allereerst wil ik jullie allen heel hartelijk dankzeggen voor jullie bijdrage aan de Stichting Greyhounds in Nood Nederland te Nederweert, waarvoor ik per brief en internet in de vorm van sponsoring van mijn te wandelen kilometers t.b.v. GINN heb opgeroepen. Het was een zware wandeltocht, maar ik zou hem zó weer afleggen en zeker voor zo’n goed doel als de Greyhounds in Nood Nederland.
Zoals beloofd ook een kort verslag van mijn gelopen Camino.
Op zondag 30 april ben ik gestart en dinsdag 15 mei ben ik laat en doodmoe teruggekomen van anderhalve dag reizen per bus, trein vanuit Spanje via Handaye, Parijs naar Den Haag.
In 15 dagen wandelen van Saint Jean Pied de Port (Pyreneeën) naar Fromista heb ik 368 km gelopen. Volgend jaar wil ik de resterende 432 km afleggen.
 
Ik ben alleen op pad gegaan, maar al gauw kom je in contact met andere pelgrims. De eerste dag liep ik met 2 leuke Belgische jonge vrouwen, die al gauw te snel voor mij liepen. De volgende vijf dagen met 3 gezellige jonge Fransen. Wij liepen ieder ons eigen ritme, dwz op steil klimmende wegen was de jongste altijd ver voor ons uit en ik als laatste, maar je komt elkaar weer tegen bij een bar in het volgende gehucht om wat te eten en drinken, of ergens langs de kant van de weg. Ook met andere pelgrims, die je onderweg passeren, maak je meestal een praatje. Het minste wat men doet is elkaar Buen Camino toewensen. Zo kom je er achter welke nationaliteit zij hebben, hoe zij heten, waarom zij de Camino doen.
Ook wanneer men ergens stopt om te eten en drinken zijn er talloze contacten, evenals bij de herbergen waar men stopt om te gaan slapen. Wie het eerst komt, die het eerst een bed heeft. Soms is een herberg vol en dan moet de pelgrim verder lopen en hopen dat elders in het dorp nog een herberg is met lege bedden, anders moet hij verder naar een volgend dorp.
Gelukkig is ons dat maar een keer overkomen. Wij hebben toen een taxi genomen ook omdat het begon te regenen. De taxi bracht ons in 8 minuten naar een sportcomplex, waar in de kelder grote slaapruimten en douches waren. Overnachten is tussen de € 3 en € 5, altijd in kamers of zalen met tussen de 20 – 120 stapelbedden met snurkers! Eten doe je meestal in een restaurantje of bar. Simpele 3 gangen maaltijden voor zo’n € 8 à € 11.
Voor een vegetariër als ik is het wat eentoniger, omdat ik altijd visfilet heb gegeten, maar het was lekker en meestal deed de kok er wat extra groente bij, dus ik klaag niet.
Soms zijn er enkele douches waar je in de rij moet staan als je met zo velen bent. Je moet ook iedere dag je kleding met de hand wassen en hopen dat er een goede plek is om het te drogen. Je moet zorgen om altijd voldoende eten en drinkwater bij je te hebben, want je komt niet overal winkels en bars tegen die open zijn of waterbronnen.
Het zijn de vele contacten met medewandelaars (zeer internationaal) en de lokale bevolking die de Camino tot een bijzondere en onvergetelijke ervaring maken. Al lopend maak je een praatje en hoor je van anderen wat hen beweegt om de Camino te lopen, of zij een gezin hebben, etc. Zij stellen jou natuurlijk ook vragen. Het is wel handig als je vreemde talen spreekt, want dan is de communicatie veel gemakkelijker en minder oppervlakkig. Wat opvalt, is de hulpvaardigheid van de pelgrims onderling. Iemand zegt dat hij betreurt geen stok te hebben voor het afdalen van steile weggetjes, prompt komt er een pelgrim die zegt je mag één van mijn stokken want aan één heb ik genoeg. Een fietser stopte ergens op een steile weg en vroeg of ik genoeg water had? Ik begreep hem niet en bood hem aan van mijn water wat over te hevelen, maar hij lachtte en zei dat hij zelf genoeg had, maar dat hij mij water aanbood. Vele malen kreeg ik ongevraagd hulp van anderen en dat deed ik zelf ook als ik zag dat iemand iets nodig had.
 
Wat de Camino ook onvergetelijk maakt zijn de prachtige landschappen, lieflijke dorpjes met keurige straatjes en talloze mooie kerken. Het prachtige landschap dat langzaam verandert van bergen met weiden met schapen in bergen met tientallen windmolens (turbines) in zacht glooiende hellingen vol groene graanvelden en dan in een gebied dat bijna uitsluitend wijnbouw heeft (Rioja). Hoe leuk is het een dorpje te benaderen en uit de verte al een kerktoren te zien met ooievaarsnesten op iedere hoek. In de talloze kleine dorpjes, waar je doorheen gaat zie je midden op de dag geen mens of hond in de nauwe straatjes waar alle huizen gesloten luiken hebben tegen de zon. Pas rond 12 uur 's middags lukt het een open bar te vinden waar je lekkere sandwiches met tortilla, ham of kaas kunt kopen en een heerlijk getapt biertje om weer bij te komen.
Vaak stopten wij onderweg langs de kant van de weg, het liefst onder wat bomen om te eten en drinken, om onze zware bergschoenen uit te doen en even de benen in de lucht te steken. Ook voor een sanitaire stop. Ik had persoonlijk veel last van blaren de eerste week. Op een dag had ik er wel 9 op iedere voet! Op mijn enkels, grote tenen, onder de voorvoet aan de zijkanten van de buitenkant van mijn voeten. Ik had deze doorgeprikt en er Compeed (speciale gelpleisters) op geplakt. Maar het werd alsmaar erger. Na ruim 9 dagen wandelen kwam ik bij een EHBO-post. De dokter daar zei tegen mij dat ik nooit Compeed op een blaar mocht doen. Alleen doorprikken en zorgen dat alle vocht uit de blaar is. De blaar drooghouden met een steriel gaasje en met een pleister vastzetten. Trek dan een paar 100% katoenen dunne sokken aan en daarover de wandelsokken. Ik heb het advies van die dokter opgevolgd en bijna geen blaar meer gehad. Ook heb ik nogal last van mijn zware bepakking gehad ruim 9 kilo in de rugzak. Als je een steile berghelling op moet, voel je het gewicht op je schouders en bij het naar beneden gaan, voel je je gekwelde pijnlijke knieën bij iedere stap. Verder nog een zware digitale camera om mijn nek, een schoudertas met paspoort, geld, wandelgids, en Credencial en nog een veldfles aan mijn riem. Ik had voor mijn vertrek alles gewogen en uitgezocht wat ik echt nodig dacht te hebben. Volgend jaar zal ik het gewicht echt halveren!
Van andere pelgrims leer je ook een hoop. Bij iedere herberg wordt je ingeschreven. Men noteert je paspoortnummer, familienaam, voornaam, nationaliteit, stad van herkomst en je krijgt in je Credencial (soort pelgrimspaspoort) een fraai stempel met de datum er bij geschreven, soms kun je in een kerk ook een stempel krijgen. Dit is het bewijs van je afgelegde route. Aan het einde in Santiago de Compostella krijg je een “Compostela Certificaat” het bewijs dat je de gehele Camino hebt afgelegd.
’s Morgens stonden wij allen meestal om 6 uur op en verlieten de herberg om 06.30 of uiterlijk om 7 uur. Ontbijten deed je in een aparte ruimte, keuken als die er was in de herberg en dan at en dronk je wat je bij je had, of net buiten het dorp ergens in de natuur om toch wat in de maag te hebben. De dag begon dan met schemering en het was prachtig om de zon altijd achter ons te zien opkomen.
Wat erg opvalt, is dat de dorpjes waar je door en langs komt in al die eeuwen niet zijn veranderd
door de komst van al die duizenden pelgrims, die jaar in jaar uit van april tot en met oktober
langs trekken. Je zou kunnen verwachten dat men dan ijverig extra bars en restaurants ‘Wimpys’
langs de routes zou neerzetten om aan hen te verdienen. Niets van dat alles. Het blijven dorpjes
voor en van de lokale bevolking en dat is prima.
Wat je wel ziet, is dat er overal nieuwe grote
snelwegen worden aangelegd (geld van de EU) ook worden er helaas veel nieuwbouw woningen
gebouwd tegen de rand van oude slaperige dorpjes. Dat laatste vonden wij allen jammer. In Rioja
zagen wij een gloednieuwe 18 holes golfbaan, waarvan het gras wel nep leek zo mooi glad en groen,
ondanks de grote hitte met honderden grote nieuwbouw villas en appartementen en wegen voor de
Spanjaarden die in het weekend willen golfen. Ernaast lag een piepklein dorpje, waar wellicht
alleen boeren wonen om het land te bewerken.
Veel dieren heb ik niet gezien op dit stuk. Alleen
een kudde schapen die net een dorp in werd gedreven door 3 honden. Enkele vieze, schuwe
katten bij boerderijen of dorpen. Wel honden die aan een ketting een huis of erf moeten bewaken.
Ook eens een erf gezien waar een 30 tal honden vreselijk fel zat te blaffen. Achter die honden
zagen wij een schuur, waar schapen in lagen en twee Retrievers liepen om ze te beschermen tegen
vossen. Een andere keer zagen wij op een erf tientallen fel blaffende honden. Mengsels van alle
mogelijke rassen en er achter schuurtjes waar wij ook hoorden blaffen. Ik vreesde dat zich daar wel
zielige teefjes met nesten zouden kunnen bevinden. In steden als Logrono en Burgos heb ik
huisvaders en moeders met hun kinderen en hun rashond aan de lijn zien wandelen. Een Sharpei,
een Teckel, twee Spaniëls en een Retriever, een keer een jonge man met een puppy Pitbull van 4
maanden. Op een balkon zag ik een mooie langharige kat vastgebonden aan een toompje met lijn.

Bij aankomst in de plaats Los Arcos zag ik een man lopen met een zwart teefje. Onschuldig
vroeg ik de eigenaar van de hond welk ras zijn hond was. Hij antwoordde un Galgo. Even verder
stond er een schuur open waar een man op de grond zat en de zwarte Galgo stukken rauw vlees
toewierp, die de hond gretig opslokte. Hij wenkte mij en wees op een ruimte achter de muur. Ik
kwam dichterbij en hoorde gejank en gepiep. Ik zag een nest met 6 kleine Galgo-tjes. De meesten
zwart met wit op de snuit en staartpunt en een bruin/roze de kleur van een Weimeraner. Ik maakte
snel een foto van het nest. Ik hield mij rechtop tegen de muur van de schuur, zodat hij niet de badges
van de Greyhounds Nederland zou zien op mijn rugzak. Ik keek of ik meer honden hoorde of zag in
de schuur, maar dat was gelukkig niet het geval. Later in de herberg toen ik gezien had dat de foto
van het nestje niet gelukt was, ben ik zonder mijn rugzak teruggegaan naar de schuur, maar het was
etenstijd en er liep niemand rond het huis of de schuur. Jammer, want ik wilde een goede foto
maken van het nestje. In een dorpje zag ik een schuurtje waaruit 4 Beagles kwamen met hun baas
en in het schuurtje zaten er nog een achttal opgepropt met hompen oud stokbrood.
In diverse steden
en dorpen zoals Pamplona en Logrono zag men grote affiches met aankondigingen van
stierengevechten. Ook in de bars en restaurants hingen er foto’s, affiches en soms zelfs een
opgezette stierenkop aan de muur!
Paarden hebben wij maar een keer ergens op een weiland gezien. Het waren prachtig verzorgde
witte en bruine paarden die het duidelijk naar hun zin hadden.
Er waren twee engelse dames van middelbare leeftijd die de Camino op hun mooie slanke raspaarden reden. Wij kwamen ze enkele malen tegen. Zij wonen in de Loire (Fr.) en doen de Camino per paard. Hun knecht reed een trailer van de ene overnachtingsplaats naar de andere met hooi en verzorgingsmateriaal. Zij gingen natuurlijk veel sneller dan wij. Maar ik benijdde de dames niet, omdat zij niet de contacten met andere pelgrims hadden, maar blaren hadden zij denk ik ook niet.

De laatste avond voor mij eindigde in Fromista. Om 19.00 uur was er een Mis in de San Pedro kerk.
De priester, een jonge Braziliaanse pelgrim Ernesto, waarmee wij al tien dagen lang mee optrokken, maakte er een bijzondere dienst van door alle aanwezigen om de beurt een persoonlijke ervaring van de Camino te laten vertellen. Na de dienst gingen wij samen ergens eten. Het was zeer gezellig met een zeer internationaal gezelschap. Afscheid nemen van mijn nieuwe vrienden was moeilijk.
Ik kan iedereen aanbevelen de Camino te gaan lopen of een deel er van. Het was voor mij een onvergetelijke ervaring! Ik zie uit naar volgend jaar wanneer ik dus tot Santiago de Compostella ga.
Nogmaals namens Greyhounds in Nood Nederland en mijzelf heel hartelijk dank voor uw bijdrage!
Mariana van West de Veer
|